.

.


op uzelf ontredderd teruggeworpen piekert u
heb ik ze nog, mijn hoofd, mijn armen en mijn benen
hebben we nog eten te verdelen
we bespieden elkaar, imiteren gebaren
wordt het blijven of vertrekken?

uw binnenste danig in de war, recht- en grenzeloos bezeten
misselijk wijst u naar de aangedane pijn
is het dit eigen hier of is het dat vreemde daar
onzegbaar vlees en bloed laat zich niet kennen
tergend stelt het lichaam ons op de proef

somtijds zonder zorgen waardig te kunnen leven,
door spijt schaamt of afkeer verontwaardigd
zelf te willen blijven leren
me kwetsbaar rekenschap te geven van eigen falen,
zonder vooroordeel en niet bang te zijn voor iets onverwachts
de ander vrij en ongedwongen tegemoet te gaan
en te luisteren naar elk oprecht relaas

sommigen bang bevangen door plicht en overuur
zoeken elkaar beleefd en vinden verbinden
anbitieus elkaar groei en glorie betwisten
zich pompeus voordoen als broeders van dezelfde school
maar te leste toch gewoon gerief en gemak delen onder

ons